ECLI:NL:CRVB:2009:BI2924
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Schorsing WAO-uitkering wegens vermoedelijk onrechtmatig verblijf en proceskostenvergoeding
Appellant ontving sinds 1998 een WAO-uitkering. Het UWV schortte deze uitkering per 1 oktober 2005 op na bericht van de IND dat appellant niet rechtmatig in Nederland verbleef en tot ongewenst vreemdeling was verklaard. Appellant ontving geen besluit over de schorsing, wat leidde tot bezwaar en beroep.
De rechtbank handhaafde de schorsing. In hoger beroep meldde het UWV dat het onderzoek was afgerond en de uitkering vanaf september 2008 werd hervat met nabetaling. Appellant vorderde vergoeding van proceskosten en een schadevergoeding wegens overschrijding van de redelijke termijn.
De Raad oordeelde dat de schorsing terecht was vanwege het gegronde vermoeden van onrechtmatig verblijf. Wel constateerde de Raad onzorgvuldige zaaksbehandeling door het UWV, zoals het ontbreken van tijdige kennisgeving en vertraging in herstart uitkering. Daarom werd het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht. Het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding werd afgewezen omdat de procedure binnen vier jaar bleef.
De uitspraak bevestigt het belang van zorgvuldige communicatie door bestuursorganen en het recht op vergoeding van proceskosten bij onzorgvuldigheden, zonder dat de redelijke termijn werd overschreden.
Uitkomst: De schorsing van de WAO-uitkering wordt bevestigd, het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht, en het verzoek om schadevergoeding wegens termijnoverschrijding wordt afgewezen.