ECLI:NL:CRVB:2009:BI2800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging verlaging bijstand wegens tekortschieten in meewerken aan re-integratievoorziening
Appellant ontvangt bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College van burgemeester en wethouders van Amsterdam heeft de bijstand van appellant verlaagd vanwege het niet verschijnen van zijn echtgenote op afspraken in een re-integratietraject. De eerste verlaging betrof een eenmalige vermindering van €200 wegens ernstig tekortschieten, de tweede een verlaging van 100% gedurende een maand wegens zeer ernstig tekortschieten.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders. De Raad stelt vast dat het niet verschijnen van de echtgenote op 19 december 2005 niet meer als zeer ernstig tekortschieten kan worden aangemerkt, maar als ernstig tekortschieten. Daarom vernietigt de Raad het besluit tot 100% verlaging en stelt de verlaging vast op €200.
De Raad overweegt dat er geen aanwijzingen zijn dat de echtgenote niet in staat was om te verschijnen en dat verwijtbaarheid aanwezig is. Verder is geen grond voor een lagere verlaging op basis van de omstandigheden van appellant en zijn echtgenote. De Raad veroordeelt het College tot vergoeding van de proceskosten en schadevergoeding aan appellant.
Uitkomst: De verlaging van de bijstand wordt beperkt tot €200 en het besluit tot 100% verlaging wordt vernietigd.