ECLI:NL:CRVB:2009:BI2737
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Onbeperkte verlenging tijdelijke aanstellingen op grond van CAO NU niet in strijd met EU-richtlijn
Betrokkene was sinds 1 maart 1995 werkzaam bij de Universiteit Twente op basis van negen opeenvolgende tijdelijke aanstellingen, waarvan de laatste vanaf 1 januari 1999 op grond van artikel 3.7, eerste lid, onder e, van de CAO Nederlandse Universiteiten (CAO NU). Na afwijzing van zijn verzoek tot omzetting in een vast dienstverband en verlenging van zijn tijdelijke aanstelling, stelde betrokkene beroep in tegen dit besluit.
De rechtbank had het bezwaar van betrokkene gegrond verklaard en het besluit vernietigd, stellende dat de tijdelijke aanstelling achtmaal verlengd was in strijd met het systeem en de bedoeling van de CAO NU. De Universiteit Twente ging hiertegen in hoger beroep bij de Centrale Raad van Beroep.
De Raad stelde vast dat artikel 3.7, eerste lid, onder e, van de CAO NU geen maximale duur of aantal verlengingen voorschrijft en dat een onbeperkt aantal verlengingen mogelijk is. Deze uitleg strookt met de toelichting op het Rechtspositiereglement Wetenschappelijk Onderwijs en Onderzoek en de CAO NU. Tevens oordeelde de Raad dat deze regeling niet in strijd is met de Europese Richtlijn 1999/70/EG en de bijbehorende raamovereenkomst, omdat de objectieve reden voor verlenging (de functie elders van wezenlijk belang voor wetenschappelijk onderwijs en onderzoek) een voldoende rechtvaardiging vormt.
De Raad concludeerde dat betrokkene geen gerechtvaardigde verwachting had op een vaste aanstelling of verdere verlenging en dat de Universiteit Twente in redelijkheid het besluit kon nemen om het dienstverband niet te verlengen. Het hoger beroep van de Universiteit werd gegrond verklaard, de uitspraak van de rechtbank vernietigd, het beroep van betrokkene ongegrond verklaard en het nieuwe besluit van 13 juli 2007 vernietigd wegens het vervallen van de grondslag.
Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het beroep van betrokkene wordt ongegrond verklaard en de uitspraak van de rechtbank vernietigd.