ECLI:NL:CRVB:2009:BI2619
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens schending inlichtingenverplichting bij hennepkwekerij
Appellante ontving sinds 1980 een bijstandsuitkering. In november 2001 werd in haar woning een professionele hennepkwekerij aangetroffen, waarvan zij geen melding had gedaan aan het College van burgemeester en wethouders. Het College trok de bijstand in over de periode van 27 augustus 2001 tot en met 7 november 2001 en vorderde gemaakte kosten terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond.
In hoger beroep stelde de Centrale Raad van Beroep vast dat de rechtbank ten onrechte de Algemene bijstandswet (Abw) toepaste in plaats van de Wet werk en bijstand (WWB) voor de betreffende periode. De Raad vernietigde het vonnis en beoordeelde zelf of het College terecht de bijstand had ingetrokken op grond van schending van de inlichtingenverplichting.
De Raad oordeelde dat appellante onvoldoende bewijs had geleverd dat zij geen inkomsten had genoten uit de hennepkwekerij. Het niet melden van de kwekerij vormde een schending van de inlichtingenverplichting, waardoor het College bevoegd was de bijstand in te trekken en kosten terug te vorderen. Het beroep werd ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wegens wettelijke rente werd afgewezen.
Uitkomst: Het beroep tegen de intrekking en terugvordering van bijstand wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen.