ECLI:NL:CRVB:2009:BI2505
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Bevestiging indicatie huishoudelijke verzorging klasse 2 ondanks bezwaar appellante
Appellante was oorspronkelijk geïndiceerd voor huishoudelijke verzorging klasse 3, maar na herbeoordeling door het CIZ werd de indicatie verlaagd naar klasse 1 en later gedeeltelijk verhoogd naar klasse 2. Appellante stelde dat zij vanwege medische beperkingen en verblijf in het buitenland niet in staat was om boodschappen te doen en de was te verrichten, en dat zij onvoldoende tijd had gekregen om zich aan te passen aan de verlaging van haar indicatie.
De Raad stelde vast dat de indicatie gebaseerd was op dossieronderzoek, huisbezoek en raadpleging van de behandelende sector, en dat medische stukken geen contra-indicatie boden voor het doen van boodschappen en de was. Ook werd vastgesteld dat appellante fysiek in staat was om boodschappen te doen, zoals blijkt uit haar loopafstand, gebruik van het openbaar vervoer en het meenemen van een boodschappenkar.
De Raad oordeelde dat de argumenten over het verblijf in het buitenland en het niet kunnen gebruiken van de boodschappenservice niet tot een hogere indicatie leiden. Ook was de klacht over onvoldoende gewenningstijd ongegrond, omdat appellante tijdig op de hoogte was gesteld van de verlaging en geen concrete problemen aannemelijk had gemaakt.
Daarom werd het hoger beroep ongegrond verklaard en de eerdere uitspraak van de rechtbank bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellante wordt ongegrond verklaard en de indicatie huishoudelijke verzorging klasse 2 bevestigd.