ECLI:NL:CRVB:2009:BI2308
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking onterecht beëindigde WAO-uitkering wegens langdurige vermoeidheid na chemotherapie
Appellant, voormalig gemeentelijk toezichthouder, viel uit wegens lymfeklierkanker en onderging een gecompliceerde behandeling. Hij ontving een WAO-uitkering vanaf juni 2000 omdat hij niet tot loonvormende arbeid in staat was. In 2004 concludeerde een medisch onderzoek dat appellant weer arbeid kon verrichten, waarop het UWV de uitkering beëindigde.
Appellant stelde hoger beroep in tegen deze beslissing. De Raad benoemde een deskundige internist die appellant onderzocht en concludeerde dat de langdurige vermoeidheid en recidiverende bronchopneumonieën een medische grond vormden voor volledige arbeidsongeschiktheid. De Raad volgde dit advies, ondanks het verweer van het UWV dat appellant volgens hen voldoende dagactiviteiten ontplooide.
De Centrale Raad van Beroep vernietigde het besluit tot beëindiging van de WAO-uitkering en herstelde appellant in zijn uitkeringssituatie. Tevens werd het UWV veroordeeld tot betaling van wettelijke rente en proceskosten. Hiermee erkende de Raad dat de mate van arbeidsongeschiktheid van appellant per de datum in geschil niet was afgenomen zoals het UWV had gesteld.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellant wordt hersteld en het besluit tot beëindiging vernietigd.