ECLI:NL:CRVB:2009:BI2302
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing verhoging WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing duurbeperking
Appellante, voormalig teammanager communicatie, viel in juli 2001 uit wegens psychische klachten en ontving vanaf juli 2002 een WAO-uitkering. Deze uitkering werd op medische gronden gebaseerd op een maximale werkcapaciteit van 20 uur per week. In 2005 meldde zij zich ziek met toegenomen klachten, waarna medisch onderzoek concludeerde dat zij fulltime zou kunnen werken binnen haar belastbaarheidsgrenzen.
Het UWV weigerde daarop de WAO-uitkering te verhogen en verlaagde deze met ingang van december 2005 naar een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55-65%. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze besluiten ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat haar medische beperkingen werden onderschat en dat de vervallen duurbeperking onterecht was, mede vanwege haar deelname aan haptonomie en muziektherapie.
De Centrale Raad van Beroep onderschreef de eerdere verwerping van deze gronden. De Raad stelde vast dat het vervallen van de duurbeperking niet voortkomt uit gewijzigde regelgeving maar uit een overtuigende, gemotiveerde medische herbeoordeling. De medische stukken bevatten geen informatie die het standpunt van appellante ondersteunt. Activiteiten buiten de reguliere geneeskunde kunnen niet gelijkgesteld worden met behandelingen die de beschikbaarheid voor arbeid beperken. Het hoger beroep werd afgewezen zonder kostenveroordeling.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en wijst het hoger beroep af wegens onvoldoende medische onderbouwing voor de duurbeperking.