ECLI:NL:CRVB:2009:BI1942

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
22 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4814 WAO
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75 AwbWet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO)
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Bevestiging afwijzing vergoeding kosten rapport Instituut Psychosofia bij WAO-uitkering

Appellant heeft bezwaar gemaakt tegen het intrekken van zijn WAO-uitkering en een rapport van het Instituut Psychosofia ingebracht ter onderbouwing. Het bezwaar werd gegrond verklaard en de uitkering ongewijzigd voortgezet, maar het verzoek om vergoeding van de kosten van het rapport werd afgewezen.

De rechtbank heeft het beroep tegen het besluit van afwijzing van de vergoeding deels gegrond verklaard en het Uwv veroordeeld tot vergoeding van proceskosten, maar het verzoek om vergoeding van het rapport afgewezen. Het hoger beroep richt zich uitsluitend op deze afwijzing.

De Raad verwijst naar vaste jurisprudentie waarin is bepaald dat kosten van een rapport van het Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking komen. De Raad bevestigt daarom de afwijzing van het verzoek en acht geen grond aanwezig voor toepassing van artikel 8:75 Awb Pro.

De uitspraak is gedaan door de Centrale Raad van Beroep op 22 april 2009.

Uitkomst: Verzoek om vergoeding van kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia wordt afgewezen.

Uitspraak

07/4814 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
op het hoger beroep van:
[Appellant], wonende te [woonplaats] (hierna: appellant),
tegen de uitspraak van de rechtbank Rotterdam van 20 juli 2007, 07/276 (hierna: aangevallen uitspraak),
in het geding tussen:
appellant
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 22 april 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellant heeft mr. W.C. de Jonge, advocaat te Vlaardingen, hoger beroep ingesteld.
Het Uwv heeft een verweerschrift ingediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 11 maart 2009. Appellant is verschenen bij mr. De Jonge. Het Uwv heeft zich laten vertegenwoordigen door E. van den Brink.
II. OVERWEGINGEN
1.1. De Raad verwijst voor de feiten allereerst naar de aangevallen uitspraak. De Raad voegt hier nog het volgende aan toe.
1.2. Bij besluit van 11 april 2006 is de destijds aan appellant toegekende uitkering ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO) ingetrokken.
1.3. In het kader van de bezwaarprocedure heeft appellant een rapport ingebracht van het Instituut Psychosofia van 31 juli 2006. Bij het bestreden besluit van 11 januari 2007 is het tegen het besluit van 11 april 2006 gemaakte bezwaar gegrond verklaard en de WAO-uitkering van appellant ongewijzigd voortgezet. Hierbij is het door appellant gedane verzoek om vergoeding van de kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia afgewezen.
2. De rechtbank heeft het beroep tegen het bestreden besluit van 11 januari 2007 gegrond verklaard en dit besluit (deels) vernietigd. Hierbij is het Uwv veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten, zijnde de kosten van rechtsbijstand. De rechtbank heeft het verzoek van appellant om vergoeding van de kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia afgewezen.
3. Zoals ter zitting namens appellant is toegelicht is het hoger beroep beperkt tot de afwijzing van het verzoek om vergoeding van de kosten van het rapport van het Instituut Psychosofia.
4. De Raad volstaat ermee te verwijzen naar zijn uitspraak van 15 mei 2007, LJN BA5367. Volgens vaste jurisprudentie van de Raad komt een rapport van het Instituut Psychosofia niet voor vergoeding in aanmerking. De rechtbank heeft het onderhavige verzoek om vergoeding van de kosten derhalve terecht afgewezen.
5. De Raad concludeert dat de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten, dient te worden bevestigd.
6. De Raad acht geen termen aanwezig om toepassing te geven aan artikel 8:75 van Pro de Awb.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep,
Recht doende:
Bevestigt de aangevallen uitspraak, voor zover aangevochten.
Deze uitspraak is gedaan door Ch. van Voorst als voorzitter en C.P.J. Goorden en P.J. Jansen als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van A.C. Palmboom als griffier, uitgesproken in het openbaar op 22 april 2009.
(get.) Ch. van Voorst.
(get.) A.C. Palmboom.
KR