ECLI:NL:CRVB:2009:BI1917
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding zonder melding
Appellante ontving bijstand naar de norm voor een alleenstaande ouder. Het College vermoedde dat zij samenwoonde met [N.] en startte een onderzoek, waarbij huisbezoeken en verklaringen werden afgelegd. Het College concludeerde dat appellante vanaf 1 augustus 2005 een gezamenlijke huishouding voerde zonder dit te melden, en trok de bijstand in.
De rechtbank stelde vast dat appellante en [N.] een gezamenlijke huishouding voerden en dat appellante haar inlichtingenverplichting had geschonden. De rechtbank vernietigde het besluit tot intrekking en beval herziening naar de gehuwdennorm. Het College herzag het besluit en kende bijstand toe op basis van de helft van de gehuwdennorm.
De Centrale Raad van Beroep oordeelt dat appellante inderdaad vanaf 1 augustus 2005 haar hoofdverblijf met [N.] deelde, zoals blijkt uit verklaringen en het frauderapport. De latere verklaring dat er geen gezamenlijke huishouding was, wordt niet gevolgd. Appellante heeft de inlichtingenverplichting geschonden. Het hoger beroep faalt en de rechtbankuitspraak wordt bevestigd. De Raad ziet geen aanleiding voor proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking van de bijstand wegens gezamenlijke huishouding zonder melding wordt bevestigd.