Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:CRVB:2009:BI1769

Centrale Raad van Beroep

Datum uitspraak
10 april 2009
Publicatiedatum
5 april 2013
Zaaknummer
07-4901 WAO
Instantie
Centrale Raad van Beroep
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Hoger beroep
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:75a AwbArt. 8:75 AwbArt. 22, vijfde lid Beroepswet
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Kostenveroordeling bij intrekking hoger beroep tegen UWV-besluit

Appellante stelde hoger beroep in tegen een uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage inzake een besluit van het UWV. Tijdens de zitting gaf het UWV aan het bezwaarbesluit niet langer te handhaven, waarop appellante haar hoger beroep introk en verzocht om een kostenveroordeling van het UWV.

Het UWV verzette zich niet tegen de gevraagde kostenveroordeling. De Raad oordeelde dat er geen redenen waren om de kostenveroordeling te weigeren en veroordeelde het UWV tot betaling van de redelijke kosten van rechtsbijstand van appellante, begroot op € 644,-.

Daarnaast wees de Raad erop dat appellante zich voor vergoeding van het betaalde griffierecht tot het UWV kan wenden. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 10 april 2009.

Uitkomst: Het UWV wordt veroordeeld tot betaling van € 644,- aan proceskosten aan appellante.

Uitspraak

Uitspraak
07/4901 WAO
Centrale Raad van Beroep
Meervoudige kamer
U I T S P R A A K
als bedoeld in artikel 8:75a van de Algemene wet bestuursrecht en artikel 17 van Pro de Beroepswet in het geding tussen:
[Appellante], wonende te [woonplaats] (hierna: appellante),
en
de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (hierna: Uwv).
Datum uitspraak: 10 april 2009
I. PROCESVERLOOP
Namens appellante heeft mr. W.A. Timmer, advocaat te ’s-Gravenhage hoger beroep ingesteld tegen de uitspraak van de rechtbank ’s-Gravenhage van 16 juli 2007 (hierna: de aangevallen uitspraak).
Bij brief van 26 november 2007 heeft het Uwv van verweer gediend.
Het onderzoek ter zitting heeft plaatsgevonden op 27 februari 2009. Appellante is verschenen, bijgestaan door haar gemachtigde mr. Timmer, voornoemd. Het Uwv was vertegenwoordigd door A.M. Snijders.
II. OVERWEGINGEN
1. Artikel 8:75a, eerste lid, eerste volzin, van de Algemene wet bestuursrecht (hierna: Awb) bepaalt dat in geval van intrekking van het beroep omdat het bestuursorgaan geheel of gedeeltelijk aan de indiener van het beroepschrift is tegemoetgekomen, het bestuursorgaan op verzoek van de indiener bij afzonderlijke uitspaak met toepassing van artikel 8:75 van Pro de Awb in de kosten kan worden veroordeeld.
2.1. De Raad stelt vast dat het Uwv ter zitting van de Raad heeft aangegeven het besluit op bezwaar van 28 juni 2006 niet langer te handhaven.
2.2. De gemachtigde van appellante heeft daarop ter zitting het hoger beroep ingetrokken en verzocht het Uwv te veroordelen ter zake de kosten van rechtsbijstand in de procedure in hoger beroep.
2.3. Het Uwv heeft zich niet verzet tegen een kostenveroordeling als hiervoor bedoeld. De Raad heeft geen redenen gezien die zich verzetten tegen de gevraagde kostenveroordeling.
3.1. Gelet op het voorgaande ziet de Raad aanleiding om het Uwv te veroordelen in de kosten die appellante in verband met de behandeling van het hoger beroep redelijkerwijs heeft moeten maken. De kosten worden, ingevolge het Besluit proceskosten bestuursrecht, begroot op € 644,- in hoger beroep.
3.2. Voorts merkt de Raad nog op dat uit het bepaalde in artikel 22, vijfde lid van de Beroepswet volgt dat appellante zich met een verzoek om vergoeding van het betaalde griffierecht tot het Uwv kan wenden.
III. BESLISSING
De Centrale Raad van Beroep;
Recht doende:
Veroordeelt de Raad van bestuur van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen in de kosten van appellante tot een bedrag van € 644,-, te betalen door het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen aan de griffier van de Raad.
Deze uitspraak is gedaan door J.W. Schuttel als voorzitter en J.P.M. Zeijen en R. Kruisdijk als leden. De beslissing is, in tegenwoordigheid van R.V. Benza als griffier, uitgesproken in het openbaar op 10 april 2009.
(get.) J.W. Schuttel.
(get.) R.V. Benza.
TM