ECLI:NL:CRVB:2009:BI1719
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- R. Kooper
- R.H.M. Roelofs
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit gemeente Breda over vergoedingen ID-banen wegens onvoldoende motivering en te beperkte bezwaaropvatting
De Bestuurscommissie Openbaar Primair Onderwijs van de gemeente Breda (appellante) maakte bezwaar tegen het besluit van het College van burgemeester en wethouders van Breda van 7 oktober 2003, waarin de vergoedingen voor ID-banen werden aangepast en afgebouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt anders.
De Raad stelt vast dat het besluit van het College een publiekrechtelijke rechtshandeling betreft en dus een besluit in de zin van de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Hoewel appellante en het College tot dezelfde rechtspersoon behoren, zijn zij afzonderlijke bestuursorganen met eigen rechtsbevoegdheid. De Raad wijst het standpunt van het College af dat de vergoedingen als subsidie moeten worden gekwalificeerd, omdat deze binnen één rechtspersoon plaatsvinden.
De Raad beoordeelt dat het College het bezwaar van appellante te beperkt heeft opgevat door alleen de gevolgen voor de eerste helft van 2004 te betrekken, terwijl de effecten zich uitstrekken tot augustus 2005. De afbouwregeling voor 2004 acht de Raad niet onredelijk, maar het College heeft nagelaten rekening te houden met het financiële nadeel voor 2005. Hierdoor is het besluit in strijd met de Awb onvoldoende gemotiveerd en moet het worden vernietigd.
De Raad draagt het College op een nieuw besluit te nemen, waarbij ook de gevolgen van de inwerkingtreding van de Reïntegratieverordening in 2004 moeten worden betrokken. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit van 1 september 2004 wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen met inachtneming van de uitspraak.