ECLI:NL:CRVB:2009:BI1555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.W. Schuttel
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Bevestiging weigering WAZ-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid en juiste vaststelling maatmaninkomen
Appellant verzocht om een WAZ-uitkering, die door het UWV werd geweigerd omdat hij minder dan 25% arbeidsongeschikt werd geacht per 30 september 2003. De rechtbank oordeelde dat de medische grondslag toereikend was, maar vernietigde het bezwaarbesluit vanwege onvoldoende motivering van passende functies, met behoud van rechtsgevolgen.
In hoger beroep stelde appellant dat het UWV onvoldoende rekening had gehouden met eerdere medische aandoeningen zoals arthrose en een hartaanval in 2006, en dat het maatmaninkomen te laag was vastgesteld doordat niet alle relevante jaren waren meegenomen en er onterecht van een 48-urige werkweek werd uitgegaan.
De Raad overwoog dat het UWV de medische beperkingen correct had vastgesteld op de datum van 30 september 2003, waarbij de latere hartaanval niet relevant was. Het maatmaninkomen was juist berekend op basis van de nettowinst van de drie voorafgaande boekjaren, conform vaste jurisprudentie. De reductiefactor maakte het niet uit of appellant 48 uur of minder werkte. Het hoger beroep faalde en de aangevallen uitspraak werd bevestigd.
De Raad zag geen aanleiding voor proceskostenveroordeling en wees het beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de weigering van de WAZ-uitkering en de juiste vaststelling van het maatmaninkomen.