ECLI:NL:CRVB:2009:BI0960
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Beoordeling eigenrisicodragerschap en verhaalsbesluit WAO-uitkering ex-werkneemster
De zaak betreft een hoger beroep van het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (UWV) tegen een uitspraak van de rechtbank Breda over het eigenrisicodragerschap (ERD) van betrokkene voor de WAO-uitkering van een ex-werkneemster. De werkneemster werd arbeidsongeschikt op 14 juni 2000 en kreeg een WAO-uitkering toegekend per 15 juni 2001. Betrokkene werd per 1 juli 2004 eigenrisicodrager voor de WAO.
Appellant stuurde op 20 april 2006 een toerekeningsbesluit aan betrokkene, waarin werd medegedeeld dat zij verantwoordelijk was voor betaling van de WAO-uitkering gedurende vijf jaar. Vervolgens volgde op 28 april 2006 een verhaalsbesluit waarin het bedrag van € 22.497,47 werd verhaald. Betrokkene maakte bezwaar tegen het verhaalsbesluit, dat door appellant ongegrond werd verklaard. De rechtbank vernietigde dit besluit en oordeelde dat het toerekeningsbesluit als een appellabel besluit moet worden beschouwd, waartegen bezwaar en beroep mogelijk zijn.
In hoger beroep stelt appellant dat het toerekeningsbesluit altijd een appellabel besluit was en dat betrokkene haar bezwaren niet tijdig heeft ingebracht. De Raad bevestigt de eerdere uitspraak van 10 oktober 2006 dat het toerekeningsbesluit een besluit is in de zin van de Awb en dat bezwaar en beroep mogelijk zijn. De Raad oordeelt dat het verhaalsbesluit slechts betrekking heeft op de hoogte van het bedrag en dat de bezwaren van betrokkene betrekking hebben op het toerekeningsbesluit. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die afwijken van de dwingendrechtelijke regels over het eigenrisicodragerschap. De rechtsgevolgen van het verhaalsbesluit blijven in stand, maar het besluit wordt vernietigd vanwege het onjuiste standpunt over de reikwijdte van bezwaar.
De Raad veroordeelt appellant in de proceskosten van betrokkene ten bedrage van € 644,- en bevestigt de uitspraak van de rechtbank, met de verplichting tot het nemen van een nieuw besluit op bezwaar.
Uitkomst: Het hoger beroep van appellant wordt afgewezen en het bestreden besluit wordt vernietigd, met bevestiging van de uitspraak van de rechtbank en veroordeling in proceskosten.