ECLI:NL:CRVB:2009:BI0914
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens onderschatting psychische beperkingen
Appellante ontvangt sinds 1994 een WAO-uitkering wegens psychische klachten met een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%. Het UWV trok deze uitkering per 2 augustus 2006 in, stellende dat appellante minder dan 15% arbeidsongeschikt was. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen deze intrekking ongegrond.
In hoger beroep betoogt appellante dat haar beperkingen zijn onderschat. Medische stukken van behandelaars, waaronder een psycholoog, tonen aan dat zij lijdt aan een aanpassingsstoornis en persoonlijkheidsstoornis met ernstige beperkingen. De Raad concludeert dat deze beperkingen reeds op 2 augustus 2006 aanwezig waren en onderschat zijn door het UWV.
De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en het besluit van het UWV. Het primaire besluit van 9 juni 2006 wordt herroepen. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van wettelijke rente over de na te betalen uitkering en in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en het primaire besluit herroepen; appellante behoudt recht op WAO-uitkering vanaf 2 augustus 2006.