ECLI:NL:CRVB:2009:BI0332
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- A.B.J. van der Ham
- C.G. Kasdorp
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens niet-melding vermogen
Appellante ontving vanaf 1997 bijstand, maar meldde niet het bezit van contant geld en meerdere bankrekeningen met aanzienlijke saldi. Het College startte een onderzoek en concludeerde dat appellante ten onrechte bijstand ontving over de periode 1997 tot 2004.
Het College trok de bijstand met ingang van 1 augustus 2004 in en vorderde de kosten van bijstand over de periode 1 juli 1997 tot 31 juli 2004 terug. De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond. In hoger beroep betoogde appellante dat de leningen van haar dochter en schoonzoon in mindering moesten worden gebracht, maar kon dit niet aannemelijk maken.
De Raad oordeelt dat het College terecht het vermogen heeft vastgesteld zonder de vermeende schulden in mindering te brengen, omdat geen verifieerbare bewijsstukken zijn overgelegd. De schending van de inlichtingenplicht rechtvaardigt de intrekking en terugvordering. Het hoger beroep wordt verworpen en de uitspraak van de rechtbank bevestigd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt verworpen en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.