ECLI:NL:CRVB:2009:BI0282
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging korting op AOW-pensioen wegens onverzekerde jaren zonder bijzonder geval
Betrokkene, geboren in 1920 in Suriname, woonde van december 1972 tot december 1974 in Nederland en keerde daarna terug naar Suriname. In augustus 2006 vroeg zij AOW-pensioen aan. De Sociale verzekeringsbank (Svb) kende het pensioen toe met ingang van augustus 2005, maar paste een korting van 94% toe wegens 47 onverzekerde jaren, omdat betrokkene in die periodes geen ingezetene was volgens artikel 2 van Pro de AOW.
Betrokkene maakte bezwaar tegen deze korting, maar dit werd afgewezen. Na haar overlijden zetten haar erven de procedure voort en stelden in hoger beroep dat Nederland verantwoordelijk was voor oudedagsvoorziening tot Surinames onafhankelijkheid en dat er sprake was van ongerechtvaardigd onderscheid tussen Nederlanders in Europees Nederland en overzeese gebiedsdelen. Tevens werd betoogd dat er een bijzonder geval was dat recht gaf op terugwerkende kracht van meer dan één jaar.
De Raad overwoog dat de periode van verblijf in Nederland als verzekerde periode niet ter discussie stond. De aangevoerde argumenten konden de Raad niet tot een ander oordeel brengen dan in eerdere jurisprudentie. De onbekendheid van betrokkene met haar rechten werd niet als bijzonder geval erkend. De Raad bevestigde daarom het bestreden besluit en wees het hoger beroep af.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de korting op het AOW-pensioen en wijst het hoger beroep af wegens ontbreken van een bijzonder geval.