ECLI:NL:CRVB:2009:BH9359
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- J.M.A. van der Kolk-Severijns
- J.J.A. Kooijman
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking en terugvordering bijstandsuitkering wegens gezamenlijke huishouding en schending inlichtingenverplichting
Appellant en appellante ontvingen beiden bijstand als alleenstaanden, maar de Commissie Sociale Zekerheid stelde na onderzoek vast dat zij gedurende de relevante periode een gezamenlijke huishouding voerden zonder dit te melden, wat in strijd was met de inlichtingenverplichting.
De Commissie herzag de bijstand en vorderde de onterecht ontvangen bedragen terug. De rechtbank verklaarde de beroepen van appellanten ongegrond, waarna zij in hoger beroep gingen met het verweer dat er geen sprake was van een gezamenlijk hoofdverblijf of wederzijdse verzorging.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de feitelijke woonsituatie doorslaggevend is en dat het dossieronderzoek, verklaringen en buurtonderzoek voldoende bewijs leverden dat appellanten een gezamenlijke huishouding voerden. De Raad verwierp de bezwaren over taalproblemen en intrekking van verklaringen.
De Raad bevestigde de uitspraak van de rechtbank en zag geen aanleiding tot proceskostenveroordeling. Partijen kunnen nog cassatieberoep instellen bij de Hoge Raad.
Uitkomst: Hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de intrekking en terugvordering van bijstand bevestigd.