ECLI:NL:CRVB:2009:BH7772
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens ondeugdelijke medische beoordeling
Appellante had een WAO-uitkering die door het UWV werd ingetrokken op grond van een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellante maakte bezwaar en stelde dat haar beperkingen door borderline persoonlijkheidsstoornis, chronische pijn- en vermoeidheidsklachten en knieproblemen onvoldoende waren meegewogen.
De bezwaarverzekeringsarts vroeg aanvullende medische informatie op bij de behandelend chirurg en psychiater, waarna een aangepaste Functionele Mogelijkheden Lijst (FML) werd opgesteld. De Raad oordeelt dat de psychische beperkingen adequaat zijn beoordeeld, maar dat de lichamelijke beperkingen, met name de knieklachten en fibromyalgie, onvoldoende zijn meegewogen. De FML gaf een onjuist beeld van de belastbaarheid.
De Raad vernietigt het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank voor zover de rechtsgevolgen van het besluit in stand zijn gelaten. Het UWV moet een nieuwe beslissing nemen met inachtneming van deze uitspraak. Daarnaast wordt het UWV veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens ondeugdelijke medische grondslag, en het UWV moet een nieuwe beslissing nemen.