ECLI:NL:CRVB:2009:BH7636
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering onterecht wegens onhoudbare schrapping duurbeperking
Appellant, die sinds 1999 een WAO-uitkering ontvangt wegens een bloedaandoening, kreeg zijn uitkering ingetrokken per 22 januari 2006 omdat zijn arbeidsongeschiktheid volgens het UWV was afgenomen tot minder dan 15%. De rechtbank Leeuwarden vernietigde het besluit, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Raad oordeelt anders en vernietigt het besluit tot intrekking volledig.
De medische gegevens tonen aan dat appellant behoort tot een groep patiënten die afhankelijk is van behandeling met aderlatingen vanwege klachten zoals vermoeidheid en hoofdpijn, die zijn inspanningstolerantie negatief beïnvloeden. De verzekeringsarts had jarenlang een duurbeperking van maximaal 6 uur arbeid per dag opgenomen, maar liet deze in 2005 zonder houdbare reden vervallen. De bezwaarverzekeringsarts erkende later dat zijn eerdere argumentatie onjuist was, maar handhaafde toch het schrappen van de duurbeperking zonder voldoende onderbouwing.
De Raad concludeert dat het UWV geen houdbare reden heeft gegeven om de duurbeperking te laten vervallen en dat appellant nog steeds beperkt is in zijn arbeidstijd. Daarom wordt het besluit van 17 mei 2006 vernietigd en het besluit van 21 november 2005 herroepen. Het UWV wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd en de uitkering wordt voortgezet met vergoeding van kosten.