ECLI:NL:CRVB:2009:BH7634
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Herziening Wajong-uitkering wegens medische noodzaak tot urenbeperking
Appellante, lijdend aan jeugdreuma, ontving vanaf 2004 een Wajong-uitkering op basis van een arbeidsongeschiktheid van 80-100%. Na afronding van haar studie werkte zij 24 uur per week, maar betwistte dat zij dit vanwege haar ziekte kon volhouden.
Zij bracht een expertise in van reumatoloog Van ’t Pad Bosch, die stelde dat appellante vanwege risico op overbelasting en vermoeidheid een urenbeperking nodig had, ondersteund door haar eigen behandelend reumatoloog. De verzekeringsarts van het UWV erkende wel het belang van herstelmomenten maar ontkende de noodzaak van een duurbeperking.
De Raad volgde de medische adviezen van de reumatologen en oordeelde dat het UWV ten onrechte geen rekening hield met een urenbeperking. Het bestreden besluit ontbeerde een voldoende motivering en werd vernietigd. Het UWV werd opgedragen een nieuw besluit te nemen, rekening houdend met de medische noodzaak tot urenbeperking en herstelpauzes.
Uitkomst: Het besluit van het UWV wordt vernietigd en het UWV wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen met inachtneming van een medische urenbeperking.