ECLI:NL:CRVB:2009:BH6184
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- J. Brand
- I.M.J. Hilhorst-Hagen
- Rechtspraak.nl
Beoordeling geschiktheid functies en handhaving intrekking WAO-uitkering
Appellante maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV tot intrekking van haar WAO-uitkering per 21 maart 2007. De rechtbank Utrecht vernietigde dit besluit en bepaalde dat het UWV een nieuw besluit moest nemen. In hoger beroep betoogde appellante dat onvoldoende rekening was gehouden met haar psychische klachten en dat zij frequent ziekteverzuim zou vertonen.
De Raad overwoog dat de aangevoerde medische informatie geen nieuwe feiten bevatte die tot een ander oordeel konden leiden dan dat van de rechtbank. De belastbaarheid van appellante werd niet overschat en zij werd geacht geschikt te zijn voor de functies wikkelaar, productiemedewerker metaal- en elektro-industrie en samensteller metaalwaren.
De Raad concludeerde dat het nieuwe besluit van 28 november 2007, waarbij het UWV het bezwaar deels in behandeling nam maar de intrekking handhaafde, niet geheel tegemoet kwam aan de bezwaren van appellante. Desondanks verklaarde de Raad het beroep tegen dit besluit ongegrond en bevestigde daarmee de eerdere uitspraak van de rechtbank.
Uitkomst: Het beroep tegen het besluit tot handhaving van de intrekking van de WAO-uitkering is ongegrond verklaard.