ECLI:NL:CRVB:2009:BH6179
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Centrale Raad van Beroep vernietigt UWV-besluiten over urenbeperking arbeidsongeschiktheid wegens onvoldoende motivering
De zaak betreft hoger beroep van appellante tegen twee besluiten van het UWV waarin de mate van arbeidsongeschiktheid van een werknemer werd vastgesteld met een urenbeperking van circa 4 uur per dag en 20 uur per week. De werknemer was sinds 2003 arbeidsongeschikt wegens psychische klachten. Het eerste besluit van 17 mei 2004 kende een WAO-uitkering toe, het tweede besluit van 28 juni 2006 handhaafde deze mate van arbeidsongeschiktheid.
Appellante betwistte procedureel en inhoudelijk de vastgestelde urenbeperking en stelde dat het UWV onvoldoende zorgvuldig had gehandeld, met name door het niet inwinnen van informatie bij de behandelend arts. De Centrale Raad oordeelde dat het UWV de verplichting heeft besluiten zorgvuldig, goed onderbouwd en inzichtelijk te motiveren, vooral als de werkgever de mate van arbeidsongeschiktheid betwist.
De Raad stelde vast dat de medische onderbouwing van de urenbeperking inhoudelijk wel voldoende was gemotiveerd, maar dat de tijdelijkheid van de urenbeperking niet was vastgelegd, wat onzorgvuldig was. Daarnaast was het niet inwinnen van informatie bij de behandelend arts bij het tweede besluit onvoldoende zorgvuldig, waardoor ook dat besluit onvoldoende was onderbouwd.
De Raad vernietigde beide besluiten en de daaraan verbonden uitspraken van de rechtbank en beval het UWV nieuwe besluiten te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellante.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep vernietigt de besluiten van het UWV wegens onvoldoende motivering en onzorgvuldige voorbereiding en beveelt nieuwe besluiten met betere onderbouwing.