ECLI:NL:CRVB:2009:BH6138
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- J.C.F. Talman
- G.L.M.J. Stevens
- M.C. Bruning
- Rechtspraak.nl
Bevestiging rangindeling Koninklijke Marine conform reorganisatieplan CBD
Appellant, een beroepsmilitair bij de Koninklijke Marine, was geplaatst in de functie medewerker R&W bij het Centraal Betaalkantoor Defensie met de rang korporaal. Hij verzocht om bevordering naar de naasthogere rang sergeant, maar dit verzoek werd afgewezen op grond van het reorganisatieplan CBD en de bijbehorende conversietabel die rekening houdt met historische salarisverschillen tussen de Koninklijke Marine en andere krijgsmachtonderdelen.
In hoger beroep betoogde appellant dat het rangsverschil onwenselijk was, mede omdat in het personeelsbeheersysteem Peoplesoft zijn functie als sergeant werd aangeduid en sommige marinecollega’s wel de hogere rang hadden gekregen. De Raad stelde vast dat de rangindeling conform het reorganisatieplan was en dat het onderscheid gebaseerd was op historische salarisverschillen. De Raad vond de oplossing van de defensieorganisatie aanvaardbaar en wees erop dat de vermelding in Peoplesoft geen aanspraak op bevordering kon rechtvaardigen.
De Raad oordeelde verder dat de uitzonderlijke hogere rangindeling van enkele collega’s een abuis betrof dat niet herhaald hoefde te worden. De aangevallen uitspraak van de rechtbank werd bevestigd en er werd geen vergoeding van proceskosten toegekend. De uitspraak werd gedaan door een meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 2 april 2009.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de afwijzing van het verzoek tot bevordering van korporaal naar sergeant.