ECLI:NL:CRVB:2009:BH6093
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- D.J. van der Vos
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit intrekking WAO-uitkering wegens schending hoorplicht
Appellant, voormalig agrarisch medewerker, ontving vanaf juni 2004 een WAO-uitkering vanwege psychische klachten. Het UWV trok deze uitkering per 4 juli 2005 in, waarna appellant bezwaar maakte. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep stelt appellant dat het advies van psychiater Van Ittersum, uitgebracht na de hoorzitting, als nieuw feit moet worden beschouwd en hem had moeten worden voorgelegd om te reageren.
De Raad oordeelt dat het UWV in strijd met artikel 7:9 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) heeft gehandeld door appellant niet de mogelijkheid te bieden te reageren op dit belangrijke psychiatrische advies voordat op het bezwaar werd beslist. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en de uitspraak van de rechtbank.
Inhoudelijk acht de Raad de vastgestelde belastbaarheid en de gehanteerde functies voor de berekening van de arbeidsongeschiktheid juist, en concludeert dat de rechtsgevolgen van het vernietigde besluit in stand kunnen blijven. Tevens veroordeelt de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht aan appellant.
Uitkomst: Het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wordt vernietigd wegens schending van de hoorplicht, maar de rechtsgevolgen blijven in stand.