ECLI:NL:CRVB:2009:BH6075
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering WAO-uitkering wegens schending vertrouwensbeginsel
Appellante viel uit haar werk wegens fibromyalgie en ontving aanvankelijk een Ziektewetuitkering. Na beëindiging van haar arbeidscontract en zwangerschap volgden diverse uitkeringen. Het UWV weigerde per 16 maart 2005 een WAO-uitkering toe te kennen op grond van een arbeidsdeskundig onderzoek dat een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15% vaststelde.
Appellante stelde dat het UWV haar onterecht per 16 maart 2005 beoordeelde en dat haar een uitkering tot 14 februari 2006 was toegezegd, waardoor het vertrouwensbeginsel werd geschonden. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en voldoende functies beschikbaar waren om de arbeidsongeschiktheid te bepalen.
De Raad stelde vast dat het UWV een fout erkende en dat appellante terecht mocht vertrouwen op een uitkering tot 14 februari 2006, waarna deze zou worden ingetrokken. Het beroep op het vertrouwensbeginsel slaagde en het bestreden besluit werd vernietigd. Het UWV moet een nieuw besluit nemen en is veroordeeld in de proceskosten.
Uitkomst: Het bestreden besluit van het UWV wordt vernietigd wegens schending van het vertrouwensbeginsel en het UWV moet een nieuw besluit nemen.