ECLI:NL:CRVB:2009:BH5175
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering na zorgvuldig verzekeringsgeneeskundig onderzoek
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering, berekend op een arbeidsongeschiktheid van 80 tot 100%, per 10 mei 2006 in te trekken. De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond. In hoger beroep voerde appellant aan dat onvoldoende rekening was gehouden met zijn gewrichts- en psychische klachten, ondersteund door medicatiegegevens en een brief van een geestelijke gezondheidszorginstelling.
De Raad oordeelde dat het verzekeringsgeneeskundig onderzoek van het UWV zorgvuldig was uitgevoerd en dat er geen aanleiding was om te twijfelen aan de juistheid en volledigheid van de vastgestelde beperkingen. De psychische klachten en medicatiegebruik waren door de bezwaarverzekeringsarts betrokken in de beoordeling, die geen aanleiding zag voor verdere beperkingen. Ook de fysieke beperkingen, waaronder het aspect van schroefbewegingen, waren adequaat meegewogen in de Functionele Mogelijkheden Lijst.
De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank dat de functies waarop de schatting was gebaseerd geschikt waren voor appellant. Er werd geen aanleiding gezien voor een proceskostenveroordeling. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en de intrekking van de WAO-uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering van appellant wordt bevestigd.