ECLI:NL:CRVB:2009:BH5145
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit UWV over WAO-arbeidsongeschiktheidsschatting ondanks geschil over functies en reductiefactor
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering voort te zetten op basis van een arbeidsongeschiktheid van 35 tot 45%. De rechtbank vernietigde het besluit vanwege een onjuiste arbeidskundige grondslag, maar liet de rechtsgevolgen ongewijzigd in stand. In hoger beroep betwistte appellant onder meer de medische beoordeling en de geschiktheid van bepaalde functies als grondslag voor de schatting.
De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat er geen aanleiding was tot twijfel aan de medische grondslag en zag geen noodzaak tot benoeming van een onafhankelijk deskundige. De Raad stelde vast dat het UWV in hoger beroep de functie textielproductenmaker had laten vallen en de schatting uiteindelijk berustte op actuele en medisch geschikte functies. De grief over de reductiefactor faalde omdat volgens het Besluit beleidsregels uurloonschatting 2004 de urenomvang per sbc-code wordt vastgesteld op de grootste urenomvang binnen die code.
De Raad bevestigde het bestreden vonnis voor zover aangevochten en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten en het griffierecht van appellant. Hiermee bleef de arbeidsongeschiktheidsschatting van 35 tot 45% ongewijzigd gehandhaafd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit van het UWV en handhaaft de arbeidsongeschiktheidsschatting van 35 tot 45%.