ECLI:NL:CRVB:2009:BH4564
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Handhaving WAO-uitkering wegens onvoldoende rekening houden met psychische beperkingen
Appellant, werkzaam als elektromonteur, viel uit wegens rugklachten en later psychische klachten. Het UWV kende hem een WAO-uitkering toe van 80-100% arbeidsongeschiktheid. Na bezwaar stelde het UWV de mate van arbeidsongeschiktheid bij op 15-25%, wat door de rechtbank werd bevestigd.
In hoger beroep stelde appellant dat hij volledig arbeidsongeschikt was door zijn psychische gezondheid. De Raad liet appellant onderzoeken door psychiater Kazemier, die concludeerde dat er sprake was van paranoïde schizofrenie met aanzienlijke cognitieve beperkingen en onvoorspelbare agressie, die onvoldoende waren meegenomen in de Functionele Mogelijkheden Lijst (FML).
De Raad volgde het oordeel van de onafhankelijke deskundige en stelde vast dat het bestreden besluit niet op een deugdelijke medische grondslag berustte. Daarom vernietigde de Raad het bestreden besluit en handhaafde het oorspronkelijke besluit van het UWV tot toekenning van de WAO-uitkering van 80-100%. Tevens werden de proceskosten aan appellant toegewezen.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het oorspronkelijke besluit tot toekenning van een WAO-uitkering van 80-100% wordt gehandhaafd.