ECLI:NL:CRVB:2009:BH4555
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Intrekking WAO-uitkering wegens geschiktheid voor eigen werk senior purser
Appellante was werkzaam als senior purser en viel in januari 2001 uit wegens psychische klachten. Het UWV trok haar WAO-uitkering per 1 november 2005 in, omdat zij geschikt werd geacht voor haar eigen werk. De rechtbank vernietigde dit besluit deels en bepaalde dat de uitkering per 1 januari 2006 moest worden ingetrokken, maar beperkte het geschil tot de intrekkingsdatum.
In hoger beroep voerde appellante aan dat haar psychische beperkingen waren onderschat en dat het medisch onderzoek onzorgvuldig was, mede doordat geen informatie was opgevraagd bij haar behandelend psychiater. De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig was en dat de informatie van de psychiater geen aanleiding gaf tot het aannemen van verdergaande beperkingen.
Daarnaast stelde de Raad vast dat de rechtbank ten onrechte niet had beoordeeld of het eigen voltijdse werk op de datum van intrekking beschikbaar was. De Raad achtte aannemelijk dat het werk als senior purser bij de werkgever of elders op de arbeidsmarkt beschikbaar was. De Raad vernietigde het bestreden vonnis en herroept het besluit van het UWV, waarbij de WAO-uitkering met ingang van 1 januari 2006 wordt ingetrokken. Tevens veroordeelde de Raad het UWV tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.
Uitkomst: De WAO-uitkering van appellante wordt met ingang van 1 januari 2006 ingetrokken wegens geschiktheid voor haar eigen voltijdse werk.