ECLI:NL:CRVB:2009:BH4110
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- J.N.A. Bootsma
- F.A.M. Stroink
- Rechtspraak.nl
Hoger beroep niet-ontvankelijk wegens ontbreken procesbelang bij aanvraag arbeidsgehandicaptenstatus na intrekking Wet REA
Appellant heeft bij het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) een aanvraag ingediend om te worden aangemerkt als arbeidsgehandicapte op grond van de Wet REA. Deze wet is echter per 29 december 2005 ingetrokken, waarna de regelgeving omtrent reïntegratie is opgenomen in andere uitkeringswetten.
De aanvraag van appellant dateert van 9 december 2005, maar het is vastgesteld dat appellant vóór de intrekking van de Wet REA geen aanvraag heeft gedaan om in aanmerking te komen voor een reïntegratie-instrument. Hierdoor is het verkrijgen van de status arbeidsgehandicapte na die datum niet meer relevant voor het verkrijgen van reïntegratie-instrumenten.
De rechtbank had het beroep van appellant tegen het besluit van het Uwv ongegrond verklaard en in hoger beroep heeft de Centrale Raad van Beroep dit oordeel bevestigd. De Raad oordeelt dat appellant geen procesbelang heeft omdat het beoogde resultaat feitelijk geen betekenis meer heeft en verklaart het hoger beroep niet-ontvankelijk.
Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. De uitspraak is gedaan door de meervoudige kamer van de Centrale Raad van Beroep op 4 februari 2009.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van procesbelang.