ECLI:NL:CRVB:2009:BH4092
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.A.J. van den Hurk
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering bijstand wegens inkomen uit arbeid zonder afwijking van beleid
Appellant ontving sinds 1988 algemene bijstand, laatstelijk op grond van de WWB. Na een tip over werkzaamheden als pedicure startte het College een onderzoek, waarbij observaties, een woningdoorzoeking en getuigenverhoren plaatsvonden. Vervolgens werd de bijstand met terugwerkende kracht ingetrokken vanaf 1 juli 1997 en werd een bedrag van €102.932,11 teruggevorderd.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen dit besluit ongegrond. In hoger beroep betoogde appellant dat het terug te vorderen bedrag beperkt had moeten worden. De Raad stelde vast dat het College bevoegd was tot intrekking en terugvordering en dat het beleid van het College voorziet in volledige terugvordering, tenzij sprake is van een dringende reden om daarvan af te zien.
De Raad oordeelde dat het College het beleid niet heeft overschreden en dat er geen aanleiding is om in afwijking van het beleid geheel of gedeeltelijk van terugvordering af te zien. Het hoger beroep werd daarom verworpen en de aangevallen uitspraak bevestigd. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de volledige terugvordering van bijstand en wijst het hoger beroep af.