ECLI:NL:CRVB:2009:BH3939
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Afwijzing verzoek heropening WAO-uitkering wegens onvoldoende toename arbeidsongeschiktheid
Appellant, woonachtig in Italië, verzocht om heropening van zijn WAO-uitkering op grond van vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid, onderbouwd met medische verklaringen waaronder een neuroloog die sprak van een ernstige schouderproblematiek. Het UWV liet appellant medisch onderzoeken door het Italiaanse INPS, dat geen functionele verslechtering van de rechter schouder constateerde en een arbeidsongeschiktheid van 55% vaststelde.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, stellende dat de medische gegevens onvoldoende aanwijzingen bevatten voor een toename van de beperkingen ten opzichte van de eerdere beoordeling. De Centrale Raad van Beroep onderschreef dit oordeel, waarbij zij het standpunt van de bezwaarverzekeringsarts volgde dat de klachten van appellant niet leidden tot zwaardere beperkingen dan eerder aangenomen.
De Raad concludeerde dat het UWV op basis van het dossier terecht heeft geoordeeld dat er geen sprake is van een wezenlijke verslechtering die een heropening van de uitkering rechtvaardigt. Het verzoek tot heropening werd daarom afgewezen en de eerdere intrekking van de uitkering gehandhaafd.
Uitkomst: Het verzoek tot heropening van de WAO-uitkering wordt afgewezen wegens het ontbreken van een wezenlijke verslechtering van de arbeidsongeschiktheid.