ECLI:NL:CRVB:2009:BH3090
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging ongewijzigde voortzetting WAO-uitkering ondanks vermoeidheidsklachten
Appellant heeft hoger beroep ingesteld tegen het besluit van het UWV om zijn WAO-uitkering ongewijzigd voort te zetten met een arbeidsongeschiktheidspercentage van 55 tot 65%.
In eerste aanleg heeft de rechtbank het beroep ongegrond verklaard. Appellant voerde in hoger beroep aan dat hij door ernstige vermoeidheid, die medisch niet volledig onderbouwd maar wel erkend is, niet in staat is om in loondienst arbeid te verrichten. Tevens wees hij op een operatie waardoor zijn hart tegen zijn luchtpijp zit, wat zijn slaap en vermoeidheid negatief beïnvloedt.
De Raad overwoog dat appellant dezelfde gronden als in eerste aanleg aanvoerde en dat deze reeds door de rechtbank waren beoordeeld en verworpen. De Raad was het eens met de rechtbank en zag geen reden om tot een ander oordeel te komen. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot ongewijzigde voortzetting van de WAO-uitkering.