ECLI:NL:CRVB:2009:BH2262
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- H. Bolt
- C.P.J. Goorden
- B. Barentsen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit UWV over WAO-uitkering wegens onvoldoende medische onderbouwing
Appellant, een voormalig stafjurist, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100% arbeidsongeschiktheid, die later werd aangepast naar 65-80% per 11 december 2003. Het UWV baseerde dit op een melding van de werkgever, maar voerde geen eigen onderzoek uit naar de eerste ziektedag.
De Raad schakelde onafhankelijke deskundigen in die een stoornis in het autistische spectrum vaststelden en appellant meer beperkingen toedichtten dan het UWV had aangenomen, onder andere op het gebied van werkdruk, samenwerken en flexibiliteit. De bezwaarverzekeringsarts De Vink nuanceerde deze beperkingen, maar volgde de deskundigen niet volledig.
De Raad stelt dat het oordeel van de onafhankelijke deskundigen in principe gevolgd moet worden en oordeelt dat het UWV onvoldoende rekening heeft gehouden met de beperkingen en de noodzaak van intensieve begeleiding. Ook is het UWV tekortgeschoten in het onderzoeken van de eerste arbeidsongeschiktheidsdag. Daarom vernietigt de Raad het bestreden besluit en beveelt een nieuw besluit op bezwaar met inachtneming van deze uitspraak.
Uitkomst: Het bestreden besluit wordt vernietigd en het UWV moet een nieuw besluit nemen met inachtneming van de uitspraak.