ECLI:NL:CRVB:2009:BH2259
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- N.J. van Vulpen-Grootjans
- R.H.M. Roelofs
- G.W.B. van Westen
- Rechtspraak.nl
Vernietiging terugvorderingsbesluit bijstand wegens onredelijk bruto-terugvordering
Appellante was parttime werkzaam bij de TU Delft en ontving naast haar inkomen een aanvullende bijstandsuitkering. Na ontslag wegens reorganisatie in oktober 2005 kreeg zij een WWB-uitkering toegekend. Het College van B&W Delft herzag later deze uitkering vanwege niet meegerekende inkomsten en vorderde terugbetaling van te veel betaalde bijstand.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante tegen het terugvorderingsbesluit ongegrond. In hoger beroep stelde appellante dat zij aan haar inlichtingenplicht had voldaan en dat het College onzorgvuldig had gehandeld door steeds onjuiste besluiten te nemen. Zij voerde aan dat het College niet meer in redelijkheid tot terugvordering kon overgaan.
De Raad oordeelde dat het College bevoegd was tot terugvordering, maar dat het beleid omtrent terugvordering binnen redelijke grenzen bleef. Er waren geen dringende redenen om van terugvordering af te zien. Wel vond de Raad dat het College onredelijk had gehandeld door de bruto-terugvordering vast te stellen, aangezien appellante geen verwijt treft, zij zich aan een betalingsregeling hield en de vordering niet binnen het lopende kalenderjaar was voldaan.
De Raad vernietigde het besluit voor zover het de bruto-terugvordering betrof en beval het College een nieuw besluit te nemen. Tevens veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante.
Uitkomst: Het besluit tot bruto-terugvordering van bijstand wordt vernietigd en het College moet een nieuw besluit nemen.