ECLI:NL:CRVB:2009:BH1800
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- R.M. van Male
- G.M.T. Berkel-Kikkert
- J.N.A. Bootsma
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit weigering vergoeding discusprothese wegens ondeugdelijke motivering
Appellant leed aan ernstige rugklachten en onderging in 2003 een operatie in Duitsland waarbij een discusprothese werd geplaatst. Hij vroeg Menzis, zijn zorgverzekeraar onder de Ziekenfondswet, om toestemming en vergoeding van de kosten, welke werd geweigerd omdat de behandeling niet als gebruikelijk werd beschouwd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond.
In hoger beroep stelde appellant dat de behandeling wel degelijk gebruikelijk was, onder meer door verwijzing naar internationale erkenning en praktijkervaring. Menzis handhaafde het standpunt dat de behandeling onvoldoende wetenschappelijk bewezen was en dat het beroep op het gelijkheidsbeginsel faalde.
De Raad oordeelde dat het onderzoek van Menzis onvoldoende was gericht op de feitelijke toepassingspraktijk van de discusprothese, waardoor het besluit ondeugdelijk was gemotiveerd. De Raad vernietigde het besluit en de uitspraak van de rechtbank en droeg Menzis op een nieuw besluit te nemen met inachtneming van de uitspraak. Tevens werd Menzis veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten.
Uitkomst: Het besluit van Menzis tot weigering van vergoeding van de discusprothese wordt vernietigd en Menzis wordt opgedragen een nieuw besluit te nemen.