ECLI:NL:CRVB:2009:BH1716
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging vernietiging intrekking WAO-uitkering wegens onjuiste medische grondslag
Betrokkene, sinds december 2002 arbeidsongeschikt wegens nek-, schouder- en psychische klachten, ontving een WAO-uitkering die in 2006 werd ingetrokken door het UWV. De rechtbank vernietigde dit besluit omdat het primaire medische onderzoek was uitgevoerd door een arts die nog niet als verzekeringsarts geregistreerd was, waardoor de medische grondslag onjuist was.
Het UWV stelde in hoger beroep dat de kwaliteit van het onderzoek voldoende was, ondanks het ontbreken van registratie. De Raad stelde echter vast dat registratie borg staat voor kwaliteit en dat dit gebrek in de bezwaarfase niet was hersteld, omdat de bezwaarverzekeringsarts geen eigen medisch onderzoek had verricht terwijl de medische informatie niet eenduidig was.
Het UWV had een nieuw besluit genomen waarin de arbeidskundige onderbouwing was aangepast, maar de medische grondslag ongewijzigd bleef. De Raad betrok dit besluit in de procedure en vernietigde ook dit besluit vanwege dezelfde onjuiste medische grondslag.
De Raad bevestigde daarmee de uitspraak van de rechtbank, verklaarde het beroep gegrond en veroordeelde het UWV tot vergoeding van de proceskosten van betrokkene. Vergoeding van wettelijke rente werd niet toegewezen vanwege de noodzaak van nadere besluitvorming door het UWV.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de vernietiging van het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering wegens een onjuiste medische grondslag en veroordeelt het UWV tot proceskostenvergoeding.