ECLI:NL:CRVB:2009:BH0976
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking bijstand wegens niet-wonen op opgegeven adres en gezamenlijke huishouding
Appellant had bijstand aangevraagd en opgegeven te wonen op een bepaald adres waar hij een kamer huurde. Na onderzoek door de Sociale Dienst Amsterdam bleek dat appellant niet op het opgegeven adres woonde, maar samen met zijn partner een gezamenlijke huishouding voerde op een ander adres. Het College trok daarop de bijstand in.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellant ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep vernietigt deze uitspraak wegens ondeugdelijke motivering. De Raad stelt vast dat appellant de inlichtingenverplichting heeft geschonden, maar dat ondanks deze schending kan worden vastgesteld dat appellant geen recht had op bijstand omdat hij en zijn partner een gezamenlijke huishouding voeren.
De Raad oordeelt dat het College bevoegd was de bijstand in te trekken en dat de rechtsgevolgen van het besluit in stand blijven. Tevens veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van de proceskosten van appellant.
Uitkomst: De intrekking van de bijstand wordt bevestigd ondanks vernietiging van het besluit wegens ondeugdelijke motivering.