ECLI:NL:CRVB:2009:BH0574
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- M. Greebe
- Rechtspraak.nl
Bevestiging betalingsverplichting eigenrisicodrager WAO ondanks beroep op algemene beginselen van behoorlijk bestuur
Appellante, een eigenrisicodrager ingevolge de Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering (WAO), werd geconfronteerd met een betalingsverplichting voor WAO-uitkeringen aan een voormalige werknemer. Zij voerde in bezwaar en beroep aan dat het besluit in strijd was met het vertrouwens- en rechtszekerheidsbeginsel, mede vanwege informatieverstrekking bij eerdere besluiten en het interne coulancebeleid van het UWV.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep onderschreef deze beslissing. De Raad benadrukte dat het betalingsbesluit een besluit is in de zin van de Algemene wet bestuursrecht, maar dat algemene beginselen van behoorlijk bestuur pas een rol kunnen spelen in de fase van het verhaal van de door het UWV betaalde uitkering, niet bij het vaststellen van de betalingsverplichting zelf.
Daarnaast werd vastgesteld dat appellante aan de wettelijke voorwaarden van artikel 75a WAO voldeed en dat uitzonderingssituaties niet aan de orde waren. Het interne coulancebeleid van het UWV speelde geen rol bij het bestreden besluit, maar de Raad gaf aan dat het UWV alsnog moet beoordelen of een verzoek om toepassing van dit beleid is ontvangen en daarover een beslissing moet nemen.
De Raad bevestigde de aangevallen uitspraak en wees een veroordeling in proceskosten af. Hiermee is de betalingsverplichting van appellante als eigenrisicodrager onverminderd van kracht.
Uitkomst: De betalingsverplichting van appellante als eigenrisicodrager WAO wordt bevestigd en het beroep op schending van algemene beginselen van behoorlijk bestuur wordt verworpen.