ECLI:NL:CRVB:2009:BG9809
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- A.B.J. van der Ham
- C. van Viegen
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Vernietiging besluit buiten behandeling stellen aanvraag WWB wegens te korte hersteltermijn
Appellante diende een aanvraag om bijstand in op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Het College verzocht haar om aanvullende bankafschriften, die zij slechts gedeeltelijk overlegde. Na meerdere uitnodigingen en een hersteltermijn stelde het College de aanvraag buiten behandeling op grond van artikel 4:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) wegens het niet tijdig aanleveren van de gevraagde gegevens.
Appellante voerde aan dat zij de gevraagde gegevens niet binnen de gestelde termijn kon overleggen omdat de bank zeven tot tien werkdagen nodig had om de afschriften te verstrekken. Zij had om uitstel gevraagd, maar dit werd door het College geweigerd. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelde anders.
De Raad stelde vast dat de hersteltermijn te kort was, gezien de benodigde tijd van de bank om de afschriften te leveren. Hierdoor was het College niet bevoegd om de aanvraag buiten behandeling te stellen. De Raad vernietigde het besluit en het vonnis van de rechtbank en beval het College een nieuw besluit op bezwaar te nemen, waarbij ook opnieuw moet worden beslist over de vergoeding van wettelijke rente en kosten van rechtsbijstand.
Daarnaast veroordeelde de Raad het College in de proceskosten van appellante en bepaalde dat het griffierecht aan appellante wordt vergoed.
Uitkomst: Het besluit om de aanvraag buiten behandeling te stellen wordt vernietigd en het College wordt opgedragen een nieuw besluit op bezwaar te nemen.