ECLI:NL:CRVB:2008:BG9009
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging terugvordering TRI-tegemoetkoming na herbeoordeling arbeidsongeschiktheid
Appellante, een arbeidsongeschikte die een uitkering ontving op grond van de Wajong, werd na herbeoordeling haar uitkering ingetrokken per 24 april 2005. Zij ontving vervolgens een tijdelijke tegemoetkoming op grond van de Tijdelijke regeling inkomensgevolgen herbeoordeelde arbeidsongeschikten (TRI) voor de periode tot 23 oktober 2005. Nadat appellante vanaf 4 augustus 2005 was gaan werken en inkomsten genoot, stelde het UWV bij definitieve vaststelling van de tegemoetkoming vast dat zij te veel had ontvangen en vorderde dit bedrag terug.
De rechtbank verklaarde het beroep van appellante ongegrond, waarna zij in hoger beroep betoogde dat het onredelijk was dat haar inkomsten vanaf augustus 2005 werden toegerekend aan de gehele TRI-periode. Tevens stelde zij dat het UWV tekort was geschoten in de voorlichting over de verrekening van inkomsten. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat de TRI een subsidieregeling is met een eigen systematiek, die afwijkt van andere sociale zekerheidswetten, en dat het UWV de tegemoetkoming correct had vastgesteld volgens de TRI.
De Raad benadrukte dat het recht op de tegemoetkoming niet tussentijds eindigt door het verkrijgen van inkomsten uit arbeid en dat de toerekening van de inkomsten over de gehele periode in overeenstemming is met de TRI. Hoewel de voorlichting door het UWV niet volledig was, rechtvaardigt dit geen afwijking van de wettelijk voorgeschreven berekeningswijze. De aangevallen uitspraak werd bevestigd en er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt dat het UWV terecht het teveel betaalde bedrag aan TRI-tegemoetkoming heeft teruggevorderd.