ECLI:NL:CRVB:2008:BG8898
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- M.A. Hoogeveen
- H.G. Rottier
- B.M. van Dun
- Rechtspraak.nl
Bevestiging afwijzing schadevergoeding wegens vertraging WW-uitkering zonder vergoeding gevolgschade
Appellant heeft een WW-uitkering ontvangen waarop beslag is gelegd door het LBIO, waarbij een beslagvrije voet werd gehanteerd. Door een administratieve fout van het UWV werd de inhouding op de uitkering niet tijdig aangepast na beëindiging van de loongerelateerde uitkering, waardoor appellant tussen 15 april 2004 en 20 juni 2004 een te laag bedrag ontving.
Appellant vorderde nabetaling en schadevergoeding voor gevolgschade, waaronder financiële problemen die leidden tot het verlies van zijn huurwoning. Het UWV betaalde de nabetaling inclusief wettelijke rente, maar wees verdere schadevergoeding af. De rechtbank oordeelde dat alleen wettelijke rente wegens vertraging verschuldigd was en dat gevolgschade niet voor vergoeding in aanmerking kwam.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en stelde dat het UWV vanaf 26 mei 2003 in verzuim was en dat alle schade vergoed moest worden. Het UWV betwistte aansprakelijkheid voor de gehele periode en stelde dat niet alle schade door de fout was veroorzaakt.
De Centrale Raad van Beroep volgde de rechtbank en bevestigde dat alleen wettelijke rente verschuldigd is als schadevergoeding wegens vertraging in de voldoening van een geldsom, en dat vergoeding van gevolgschade niet aan de orde is. Het hoger beroep werd ongegrond verklaard.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en de rechtbankuitspraak bevestigd dat alleen wettelijke rente verschuldigd is wegens vertraging in de betaling van de WW-uitkering, zonder vergoeding van gevolgschade.