ECLI:NL:CRVB:2008:BG8820
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herziening WAO-uitkering ondanks medische beperkingen en functiegeschiktheid
Appellant, sinds 1995 arbeidsongeschikt door pancreatitis, kreeg aanvankelijk een WAO-uitkering van 80-100%. Het UWV herzag deze uitkering in 2006 naar 35-45%, wat door appellant werd bestreden. De rechtbank oordeelde dat de medische beperkingen niet onderschat waren, maar dat de arbeidskundige onderbouwing onvoldoende was, waardoor het besluit werd vernietigd en het UWV een nieuw besluit moest nemen.
Het UWV nam in november 2007 een nieuw besluit waarbij de WAO-uitkering werd herzien naar 45-55%. Appellant voerde aan dat hij volledig arbeidsongeschikt was en dat de herziening in strijd was met rechtszekerheid en het vertrouwensbeginsel. De Raad onderschreef het oordeel van de rechtbank dat de medische gegevens geen aanleiding geven tot twijfel over de beperkingen en dat de geselecteerde functies geschikt zijn.
De Raad concludeerde dat de bezwaararbeidsdeskundige de functiegeschiktheid voldoende had gemotiveerd en dat er geen medische argumenten waren om de beperkingen anders vast te stellen. Het beroep van appellant werd ongegrond verklaard en de aangevallen uitspraak bevestigd.
Uitkomst: Het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard en de herziening van de WAO-uitkering naar 45-55% bevestigd.