ECLI:NL:CRVB:2008:BG8590
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Intrekking en terugvordering bijstand wegens overschrijding vermogensgrens door bezit auto
Appellanten ontvingen sinds 1975 bijstand op grond van de Wet werk en bijstand (WWB). Uit een heronderzoek bleek dat zij sinds 31 december 2004 eigenaar waren van een Dodge-auto, waardoor zij een vermogen boven de toegestane vermogensgrens hadden. Het College van burgemeester en wethouders van de gemeente Drimmelen besloot daarom de bijstand met ingang van die datum in te trekken en de onterecht ontvangen bijstand terug te vorderen.
Appellanten voerden aan dat de auto toebehoorde aan hun zoon en niet aan hen, onderbouwd met diverse documenten en verklaringen van derden. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond. In hoger beroep vernietigt de Centrale Raad van Beroep het vonnis van de rechtbank omdat de procedure niet conform de Awb is gevolgd, maar verklaart het beroep alsnog ongegrond omdat appellanten niet aannemelijk hebben gemaakt dat de auto niet tot hun vermogen behoort.
De Raad overweegt dat de registratie van het kenteken op naam van appellanten de vooronderstelling schept dat de auto tot hun vermogen behoort. De door appellanten overgelegde bewijsstukken en verklaringen zijn onvoldoende om deze vooronderstelling te weerleggen. De Raad bevestigt dat het College terecht de bijstand heeft ingetrokken en teruggevorderd wegens het niet melden van het vermogen. Er zijn geen bijzondere omstandigheden die tot een andere beslissing leiden.
Uitkomst: Het beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot intrekking en terugvordering van bijstand blijft in stand.