ECLI:NL:CRVB:2008:BG8553
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging besluit beëindiging studiefinanciering ondanks geschil over uitschrijvingsdatum
Appellant maakte bezwaar tegen het besluit van de IB-Groep om zijn studiefinanciering per 1 december 2005 te beëindigen en een vordering voor de OV-kaart op te leggen, omdat hij meende dat de juiste uitschrijvingsdatum 30 juni 2006 was. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en oordeelde dat de IB-Groep terecht was uitgegaan van de door het Friesland College opgegeven uitschrijvingsdatum.
In hoger beroep herhaalde appellant zijn standpunt en stelde dat het Friesland College een fout had gemaakt en dat hij geen bezwaar kon maken tegen het besluit van de onderwijsinstelling, mede vanwege een vermeende schending van artikel 2 van Pro het Internationaal Verdrag inzake Burgerrechten en Politieke Rechten (IVBPR).
De Raad overwoog dat de kwestie van uitschrijving een zaak is tussen de onderwijsinstelling en de student, en dat appellant zich tot het Friesland College moet wenden bij onenigheid over de uitschrijvingsdatum. De Raad sloot zich aan bij de overwegingen van de rechtbank en wees het hoger beroep af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd.
Uitkomst: Het hoger beroep wordt ongegrond verklaard en het besluit tot beëindiging van studiefinanciering wordt bevestigd.