ECLI:NL:CRVB:2008:BG8213
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- G.J.H. Doornewaard
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking WAO-uitkering wegens onvoldoende arbeidsongeschiktheid na herbeoordeling
Appellant kreeg een WAO-uitkering die op 17 november 2005 werd ingetrokken wegens een arbeidsongeschiktheid van minder dan 15%. Appellant maakte bezwaar, dat eerst ongegrond werd verklaard, maar de rechtbank vernietigde dit besluit en gaf het UWV opdracht een nieuw besluit te nemen. De rechtbank vond de arbeidskundige grondslag onvoldoende vanwege onduidelijkheden over de geschiktheid van geselecteerde functies en verborgen beperkingen.
In hoger beroep stelde appellant dat de medische grondslag ontoereikend was en dat de bezwaarverzekeringsarts zich baseerde op verouderde gegevens. Ook voerde hij aan dat de selectie van functies uitging van een te hoog opleidingsniveau en dat bepaalde functies niet geschikt waren vanwege ervaringseisen en fysieke belastingen.
De Raad oordeelde dat het medisch onderzoek zorgvuldig en volledig was en dat de bezwaarverzekeringsarts terecht tot zijn conclusies was gekomen. De Raad vond geen aanwijzingen voor verborgen beperkingen of overschrijding van belastbaarheid. De stelling over het te hoge opleidingsniveau werd niet onderbouwd en de functie van assistent-begeleider verstandelijk gehandicapten kon niet worden meegenomen vanwege onvoldoende ervaring. De Raad bevestigde het besluit tot intrekking van de WAO-uitkering en verklaarde het beroep ongegrond.
Uitkomst: De intrekking van de WAO-uitkering wordt bevestigd en het beroep van appellant wordt ongegrond verklaard.