ECLI:NL:CRVB:2008:BG6888
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C.W.J. Schoor
- J.P.M. Zeijen
- R. Kruisdijk
- Rechtspraak.nl
Weigering WAO-uitkering wegens onvoldoende bewijs arbeidsongeschiktheid op eerste ziektedag
Betrokkene, voormalig sous-chef, viel in juli 1997 uit wegens ziekte, hervatte in augustus 1997 zijn werk en viel opnieuw uit op 10 december 1997. Hij vroeg in 2005 een WAO-uitkering aan met als eerste arbeidsongeschiktheidsdag 10 december 1997, wegens klachten van multiple sclerose (MS).
Het UWV stelde op basis van medische rapporten dat de arbeidsongeschiktheid pas vanaf 12 augustus 1998 kon worden vastgesteld. De rechtbank oordeelde dat betrokkene voldoende aannemelijk had gemaakt dat de arbeidsongeschiktheid al op 10 december 1997 was ingetreden en kende de uitkering toe.
In hoger beroep oordeelt de Centrale Raad dat het nadeel van het late indienen van de aanvraag voor rekening van betrokkene komt en dat onvoldoende bewijs is geleverd dat de MS op de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag aanwezig was. Medische gegevens wijzen niet op arbeidsongeschiktheid vóór augustus 1998. De Raad vernietigt de uitspraak van de rechtbank en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen de weigering van de WAO-uitkering wordt ongegrond verklaard omdat onvoldoende bewijs is dat betrokkene op de gestelde eerste arbeidsongeschiktheidsdag arbeidsongeschikt was.