ECLI:NL:CRVB:2008:BG6745
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- C. van Viegen
- J.J.A. Kooijman
- J.F. Bandringa
- Rechtspraak.nl
Verlaging bijstandsuitkering wegens niet-naleving re-integratieverplichting en verblijf buitenland zonder toestemming
Appellant ontving sinds 1997 algemene bijstand en was in 2005 aangemeld voor re-integratie via een tuinbouwproject. Hij verbleef zonder toestemming in het buitenland vanaf 25 maart 2005, terwijl hij op 29 maart 2005 aan het project had moeten deelnemen. Het College weigerde toestemming voor het verblijf en legde een verlaging van de bijstand op wegens onvoldoende medewerking.
De rechtbank verklaarde het beroep tegen de weigering van toestemming niet-ontvankelijk wegens gebrek aan procesbelang, maar de Centrale Raad van Beroep oordeelt dat dit onjuist was omdat de opschorting en intrekking van bijstand nog niet in rechte vaststonden. De brief waarin toestemming werd geweigerd is geen besluit in de zin van de Awb, waardoor bezwaar daartegen niet-ontvankelijk was.
De Raad bevestigt dat appellant verplicht was deel te nemen aan het tuinbouwproject en dat het verblijf in het buitenland zonder toestemming een schending van die verplichting is. De verlaging van de bijstand met 10% voor een maand is passend en niet onredelijk. Het beroep tegen de verlaging wordt afgewezen, maar het beroep tegen de weigering van toestemming wordt gegrond verklaard en het besluit vernietigd.
Tot slot veroordeelt de Raad het College tot vergoeding van proceskosten aan appellant.
Uitkomst: Besluit tot weigering verblijf buitenland vernietigd, verlaging bijstand bevestigd, College veroordeeld tot proceskostenvergoeding.