ECLI:NL:CRVB:2008:BG6177
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging herzieningsbesluit WAO-uitkering ondanks niet-gehoord zijn appellant
Appellant, een administratief medewerker, vroeg herziening van zijn WAO-uitkering wegens vermeende toegenomen arbeidsongeschiktheid na een hartinfarct en andere klachten. Hij stelde dat hij meer beperkingen had dan het UWV aannam en dat hij ten onrechte niet was gehoord in bezwaar. Appellant wilde alleen deelnemen aan de hoorzitting als een bezwaarverzekeringsarts aanwezig was.
Het UWV baseerde haar besluit op medische en arbeidskundige rapporten, waaronder die van een bezwaarverzekeringsarts die appellant niet persoonlijk had onderzocht maar wel het eerdere medisch dossier beoordeelde. De rechtbank vernietigde het besluit deels, maar liet de rechtsgevolgen in stand. De Centrale Raad van Beroep oordeelde dat appellant door zijn voorwaarde voor hoorzitting feitelijk afstand had gedaan van zijn hoorrecht. Het UWV had zorgvuldig onderzoek gedaan en de beperkingen van appellant waren voldoende onderbouwd.
De Raad vond geen aanleiding voor het inschakelen van een deskundige en bevestigde het besluit van de rechtbank, met een verbeterde motivering. De klacht over onvoldoende motivering van het niet horen werd verworpen omdat de voorwaarde van appellant niet hoefde te worden vervuld. De uitspraak werd in het openbaar gedaan op 28 november 2008.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt het besluit tot handhaving van de WAO-uitkering ondanks het niet-gehoord zijn van appellant.