ECLI:NL:CRVB:2008:BG6000
Centrale Raad van Beroep
- Hoger beroep
- Rechtspraak.nl
Bevestiging intrekking arbeidsongeschiktheidsuitkering directeur-grootaandeelhouder wegens inkomsten uit arbeid
Appellant, een directeur-grootaandeelhouder, ontving een arbeidsongeschiktheidsuitkering op grond van de Wet arbeidsongeschiktheidsverzekering zelfstandigen (WAZ). Het Uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen (Uwv) besloot de uitkering vanaf 1 januari 2000 niet uit te betalen vanwege inkomsten uit arbeid en trok de uitkering per 1 januari 2003 in omdat appellant niet langer als arbeidsongeschikt werd beschouwd.
Appellant maakte bezwaar tegen deze besluiten, stellende dat de inkomsten niet correct waren vastgesteld en dat de fiscale bepalingen zijn loonvermindering belemmerden. De rechtbank Arnhem verklaarde het beroep ongegrond en de Centrale Raad van Beroep bevestigde deze uitspraak in hoger beroep.
De Raad oordeelde dat appellant ondanks zijn beperkingen als directeur bleef functioneren en inkomsten genoot die niet in verhouding stonden tot zijn arbeidsbeperkingen, mede omdat hij zelf de hoogte van zijn loon bepaalde. De Raad verwierp ook het beroep op artikel 12a van de Wet op de loonbelasting 1964 en concludeerde dat het Uwv terecht de uitkering had ingetrokken en teruggevorderd.
Uitkomst: De Centrale Raad van Beroep bevestigt de intrekking van de WAZ-uitkering en de terugvordering wegens inkomsten uit arbeid.